ART Gallery
uw online kunstwinkel
Kunstwerken per
Nieuws +
- Op zoek naar een leuk en creatief eindejaarscadeau? Dan is een ART-Gallery.be cadeaubon misschien wel iets voor u. U kan ons steeds contacteren voor verdere info.
Netwerk
Zoektermen
- raoul de keyser koop te zeefdruk litho grafiek jooris roland keyzer kopen dekeyser papier werken prenten van zeefdruktechniek biografie silkscreens 5 materiaal op zeefdrukken door 50 wakken volgorde schilderij beeld groen teksten slabbinck logische kat portfolio techniek zeefdruktechnieken levensloop OPPERVLAK schilderijen lithografie seriegrafie schilder and frank gedrukt bespreking het evolutie
Tekst door Roland Jooris
Raoul De Keyser | Portfolio
RAOUL DE KEYSER: 5 SILKSCREENS 1973UITGAVE: GRAFIEK 50, WAKKEN
GEDRUKT OP LANA VELIJN BIJ DE MUYTER, DEINZE, DOOR G. BUYSE IN SAMENWERKING MET DE KUNSTENAAR
45,5 CM x 45,5 CM OP 50 x 50 CM
60 GENUMMERDE EXEMPLAREN EN 5 PROEFDRUKKEN A - E
Men beweert dat de seriegrafie zich biezonder goed leent voor werk dat gebruik maakt van grote egale vlakken, doordat bij deze techniek dikke inkten door de zeef zeer fijn geven. Anderzijds is de zeefdruk ook geschikt voor het afdrukken van gecompliceerde ontwerpen en foto's.
In de zestiger jaren werd gretig gebruik gemaakt van de seriegrafietechniek door de kunstenaars (van Kelly tot Warhol) die een onderkoelde, cleane of objectiverende beelding vooropstelden.
Ook Raoul De Keyser maakt reeds diverse zeefdrukken. De directheid van zijn werk uit de periode '67-'69 kwam er zeer goed in tot uitdrukking. Hier ging het telkens om werken die uit twee of drie egale kleuren bestonden, die elk binnen vrij emotionele begrenzingen waren gevat.
Naarmate zijn werk evolueerde verdween echter de behoefte om zich nog in zeefdruk uit te drukken. Oorzaken hiervan waren: het zich steeds meer en meer concentreren op de inspirerende werking die van het materiaal uitgaat, het streven ook om het proces van het subjectief omgaan met het materiaal (verf en drager bvb.) en de werkwijze (richting van de borstelstreken bvb.) zichtbaar te maken.
Dit alles veronderstelde ook een zekere "uniciteit" van elk werk, aangezien elk werk een eigen atmosfeer kreeg die uit een telkens weer aparte behandeling van het materiaal ontstond.
Hierbij dient gezegd dat die behandeling zich ging toespitsen op en haar kracht ging putten uit de eigenheid van het gebruikte doek, van de aangewende verf, enz.
Daar bij het maken van zeefdrukken de rol van de kunstenaar zich veelal beperkt tot het leveren van het ontwerp en de kleurkeuze en voor de rest de uitvoering bijna volledig in handen komt van de drukker/technicus, was het begrijpelijk dat De Keyser minder belangstelling aan de dag ging leggen voor de seriegrafie.
Tot op het moment dat hij de kans krijgt om met een zeefdrukker intensief te gaan samenwerken.
Na vele gesprekken en experimenten ziet hij de mogelijkheid om persoonlijk bij het wordingsproces van zijn zeefdrukken betrokken te worden en om zelfs de zeefdruktechniek thematisch in zijn werk te betrekken.
Er ontstaat een soort uitdaging: de zeefdruktechniek vanuit zijn huidige bekommernissen een eigen emotionaliteit geven via minimale maar betekenisvolle ingrepen in het wordingsproces. De weerbarstigheid van de inkten, het telkens weer opnieuw zoeken naar de juiste kleur, het ontdekken van mogelijkheden in zogezegd mislukte drukproeven, dit alles gaat vrij stimulerend voor hem werken. Het bijna fysisch contact dat hij nastreeft met zijn schilderijen blijkt nu plots ook met de zeefdrukken realiseerbaar.
Met de huidige map van 5 zeefdrukken is De Keyser dan ook vrij lang bezig geweest. Bewust wou hij dat deze werkstukken over een relatief lange periode zouden ontstaan, om hem toe te laten met elke zeefdruk afzonderlijk zo intens bezig te kunnen zijn als met zijn schilderijen. Tevens zou hem dat in staat stellen via de 5 prenten een zeker proces van groei en evolutie zichtbaar te maken.
Zoals bij zijn schilderijen de keuze van de drager (de canvas) een creatieve rol vervult, zo werd in het beginstadium een weldoordachte keuze van het papier gemaakt.
Uiteindelijk werd Lana Velijn gekozen. De twee kanten van het papier werden afgetast en voor bedrukking onderzocht.
Er werd besloten nu eens op de ene (de stuggere) kant, dan weer op de andere (de korrelige) kant te werken. Op die manier werd elke definitieve keuze gerelativeerd en de werking van beide dragers aan de orde gesteld.
Op de effen kant komt de kleur telkens voller over, terwijl de korrelige kant een grotere gevoeligheid impliceert. Daardoor wordt de relatie tussen het drukken en de drager onderzocht.
De eigen hoedanigheid van het papier moet ook blijken uit het slechts gedeeltelijk bedrukken ervan.
Rondom de 5 prenten blijft een rand van 2,5 cm onbedrukt. Deze rand is niet bedoeld als een esthetische omlijsting van het beeld. De Keyser laat meestal beeld en formaat samenvallen, ze vormen bij hem één geheel. In deze prenten is dit eigenlijk ook het geval, daar waar het beeld letterlijk de vierkante vorm van het formaat volgt, terwijl de witte omranding de enige bedoeling heeft de drager (het papier) zichtbaar te laten en het te confronteren met de bedrukking ervan.
Ook het verdunnen van de inkt en het gebruiken van witte inkten op het geel-witte papier spelen in deze relatie een niet te miskennen rol.
Een nader bekijken van deze 5 zeefdrukken zal ons het verband tussen beeld, techniek en drager nog beter doen ervaren.
Prent 1 is horizontaal verdeelt in een bleekblauw bovenaan en een matgroen onderaan. Ze raken elkaar in het midden waar het groen lichtjes bewogen tegen het blauw komt. Ook vertikaal is het beeld deze keer nauwelijks merkbaar verdeeld. Zowel in het blauw als in het groen loopt een atmosferisch wit lijntje dat in beide gevallen juist het middenpunt niet haalt. In het blauw duikt het lijntje nog angstvalliger op dan in het groen. In het groen laat het zelfs de rastertechniek zien. Opmerkelijk is ook dat het beeld antwoordt op de vorm (vierkant) van het papier. Zelfs de verdeling van het beeld staat in functie van de logische verdeling van een vierkant.
Prent 2 bestaat uit een overwegend vol groen dat echter onderaan via 4 evenwijdige schuine witten lijnen doorbroken wordt. De bovenste lijn is vrij breed, de drie andere zijn smaller. Het bovenliggende groen is echter niet helemaal egaal.
Er zijn vier lijnen in gesuggereerd: drie bovenaan lopen schuin van links naar rechts, in tegenstelling met de beweging beneden. De vierde onopvallende lijn loopt evenwijdig met die onderaan en volgt ook hun richting.
Bij het drukken werden de lijnen onderaan in het groen uitgespaard en nadien werd er met witten inkt een geprononceerd lijn ingetrokken. Zo ligt tussen de - door de onderliggende rastering enigszins bewogen - randen van het groen het wit van papier met daarop het wit van de lijn.
Prent 3 wordt volledig in beslag genomen door een netwerk. De richting van het netwerk trekt even de rechtlijnige richting van de randen van het vierkant uit zijn voegen. Dit merkt men nog het best rechts onderaan waar het netwerk uit beeld gaat en de gelijkmatige verdeling een voetje licht. Misschien wordt juist daardoor de samenhang tussen beeld en formaat, zij het enigszins relativerend, bevestigd.
Terug werd de netverdeling tussen het groen opengelaten. Nadien werden de netwerklijnen met een wit lijntje op het wit van het papier tussen de groene vakjes opnieuw aangegeven. Zodoende krijgen we tussen de groen vakjes, een netwerk dat zowel het wit van het papier als de witten opgebrachte drukinkt laat zien. De knooppunten zijn telkens bewust onregelmatig uitgewerkt. In deze prent wordt de centraliteit van het beeld naar de hele oppervlakte verlegd.
Prent 4 bestaat uit een dun ijl blauw dat nergens onder dezelfde spanning staat. Een in het blauw opgenomen witte diagonaal verdeelt de prent niet maar draagt eerder bij tot de atmosferische werking van het blauw. Dat deze witte lijn als diagonaal van een vierkant optreedt pleit voor haar zelfstandige beeldende werking en schakelt alle reminiscenties met een erbuiten liggende werkelijkheid uit.
Prent 5 lijkt op afstand bekeken bijna volledig wit. Deze prenten nodigen echter tot een nauwkeuriger aanschouwen van dichtbij uit. Dit "close" bekijken geldt zeker voor nummer 5.
Twee volle witte vlakken van bijna gelijke breedte worden van elkaar gescheiden door een brede middellijn.
Deze middellijn houdt op voor een even wit horizontaal liggend vlak. Het woord vlak mag hier niet in geometrische zin geïnterpreteerd worden, aangezien de witte vlakken naast hun systematiek in de verdeling een vrij oncleane begrenzing kennen.
Tussen de drie fel witte vlakken ligt een open witte strook: de witte middellijn staat net niet haaks op een horizontale scheidingslijn onderaan.
Die open strook toont het wit van het papier en daarop loopt nog eens een smalle lijn die weer van een ander wit is dan dat van het papier en vlakken.
Hier werd bewust de werking van witte inkten tegenover het witte Lana Velijn uitgespeeld. In deze prent wordt het papier (de drager) het volledigst betrokken.
Ik heb bij het van nabij bekijken van de 5 prenten ze in een bepaalde volgorde besproken en ze nogal dictatoriaal prent 1 - 2 - 3 - 4 - 5 genoemd.
Ik heb me hierbij gesteund op hun orde van ontstaan. Bij het beign van deze bespreking werd er opgemerkt dat De Keyser een map wou maken over een langere periode en zodoende een bepaalde groei en evolutie wou verduidelijken.
Ik meen dan ook dat in de besproken order die groei en evolutie zichtbaar wordt. Alleen al als we de relatie beeld - drager gaan onderzoeken.
In prent 1 houdt het beeld zich nog enigszins vast aan een landschappelijke verdeling die weliswaar met de verdeling van het vierkant formaat samenvalt, prent 2 duwt die verwijzing al verder weg, in prent 3 zien we hoe het hele formaat een eenvormig beeld wordt, in 4 krijgt de prent een atmosfeer die uitsluitend uit zijn materiaalwerking geput wordt, terwijl in prent 5 beeld - materiaal en drager voortdurend naar elkaar verwijzen.
Men kan echter de reeks nog via andere uitgangspunten benaderen. Dit laat ik aan de kijker over. Een onderneming die hem wellicht tot een andere ordening zal brengen.
Roland Jooris